De vink (Fringilla coelebs) is een van die vogels waar je zo aan voorbij loopt. Zo’n ‘gewone’ vogel, waar we er genoeg van hebben. Maar niets is minder waar. De vink is bijzonder op zijn eigen manier, net als álle andere vogels.
Het is oktober, het jaarlijkse hoogtepunt van de vogeltrek. Miljoenen en miljoenen vogels trekken vanuit noordelijke streken via ons land richting het zuiden. Andere zijn al tevreden als ze ons land bereiken, en overwinteren hier. Bekende soorten die elk najaar van noord naar zuid trekken, zijn bijvoorbeeld de grauwe gans en wulp. Maar een van de meest talrijke trekvogels is toch echt de vink. Enkele miljoenen vinken vliegen van september tot en met december richting warmere streken, zoals Spanje.
Wanneer je minder ervaren bent met vogelgeluiden, kan het lastig zijn om al die overvliegende vogels van elkaar te onderscheiden. Wanneer is het een vink, wanneer niet? De voorjaars-verklikkende vinkenslag zal voor velen herkenbaar zijn, maar in vlucht maken vinken een ‘onopvallend’ geluid: ‘tjup-tjup’. Soms zacht, soms iets luider. Soms in hun eentje, soms met tientallen tegelijk.
Het loont zeker om dit geluid eens te beluisteren en tijdens een ochtend in oktober op een wat opener plek te staan. Zo werden er op 9 oktober 2018, tijdens Euro Birdwatch, maar liefst 668.848 vinken waargenomen die ons land passeerden. Een mooie bijvangst wanneer je een vink herkent, is dat je óók herkent wanneer iets géén vink is. Eén soort geleerd, op naar soort twee!
Tim Duchatteau

